ECLI:NL:PHR:2002:AE4357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepasselijkheid en werking van artikel 50 lid 6 TRIPs-verdrag in merken- en auteursrecht
De zaak betreft een geschil tussen Amsterdamse Footballclub Ajax en andere partijen over de toepassing van artikel 50 lid 6 van Pro het TRIPs-verdrag in het kader van merken- en auteursrecht. De Hoge Raad heeft de prejudiciële vraag over de rechtstreekse werking van dit artikel aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) voorgelegd. Het HvJEG oordeelde dat het TRIPs-verdrag geen rechtstreekse werking heeft, maar dat nationale rechters bij gebieden waarop de Europese Gemeenschap reeds heeft geharmoniseerd, zoals merken- en auteursrecht, nationale regels moeten toepassen in het licht van artikel 50 TRIPs Pro.
De Hoge Raad bespreekt dat hoewel het hof ten onrechte uitging van rechtstreekse werking, de beslissing niet tot vernietiging hoeft te leiden omdat de nationale rechter de regels reeds in overeenstemming met het TRIPs-verdrag toepast. Tevens wordt besproken dat de termijn voor het instellen van de bodemprocedure redelijk moet zijn en dat het aanvangstijdstip van deze termijn zorgvuldig moet worden bepaald, waarbij de Hoge Raad het aanvangstijdstip laat ingaan op de dag na het arrest.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam, met een reservering over de kostenbeslissing. De uitspraak verduidelijkt de verhouding tussen internationale verdragen, Europese harmonisatie en nationale rechtsregels in intellectuele eigendomsrechten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam met reservering van de kostenbeslissing.