ECLI:NL:PHR:2002:AE4269
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van discriminatie bij toegangsmaatregel in vertrekcentrum
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de vrijspraak van verdachte, die werd beschuldigd van discriminatie op grond van ras volgens artikel 429quater Sr. Het hof oordeelde dat de door verdachte getroffen maatregel ogenschijnlijk neutraal was, gericht op bewoners van een vertrekcentrum, en dat het verschil in behandeling objectief gerechtvaardigd kon worden door veiligheidsredenen na ongeregeldheden.
Het hof nam diverse omstandigheden mee, zoals de ernst van de ongeregeldheden op een kermis, het gerucht dat bewoners van het vertrekcentrum problemen zouden veroorzaken in een Bar-Dancing, en het ontbreken van extra politie-inzet in het betreffende weekend. Verdachte had overleg gevoerd met politie en burgemeester, maar er was geen bevredigende oplossing.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven over het begrip discriminatie en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake was van indirecte discriminatie omdat objectieve factoren het onderscheid rechtvaardigden. De vrijspraak blijft daarmee onaantastbaar.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de AG niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De zaak benadrukt het belang van objectieve rechtvaardiging bij het beoordelen van discriminatie en bevestigt de uitleg van artikel 429quater Sr zoals vastgesteld door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens het ontbreken van discriminatie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.