ECLI:NL:PHR:2002:AE3346
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van ruim 53.000 gulden, waaronder verkeersboetes en een terugvordering van onterecht ontvangen bijstand. De rechtbank wees het verzoek af omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan, een oordeel dat het hof bekrachtigde.
Verzoeker betwistte de fraude met een bankpas en stelde dat hij niet op de hoogte was van de strafzitting. Ook voerde hij aan dat hij met goede bedoelingen naast de bijstandsuitkering werkte en dat hij uitzicht had op toekomstig inkomen door een opleiding tot vrachtwagenchauffeur. Het hof oordeelde echter dat een substantieel deel van de schulden niet te goeder trouw was ontstaan en dat de omstandigheden onvoldoende concreet waren om toepassing van de regeling te rechtvaardigen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, stellende dat het hof voldoende motivering gaf en dat de plannen van verzoeker onvoldoende concreet waren om een ander oordeel te rechtvaardigen. Hiermee bleef de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstane schulden.