ECLI:NL:PHR:2002:AE2345
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurprijs bedrijfsruimte en correctie onderverhuur volgens art. 7A:1631c BW
De zaak betreft de berekening van de huurprijs van vergelijkbare bedrijfsruimte volgens art. 7A:1631c in verbinding met 1631a lid 8 BW. Verweerder huurt bedrijfsruimte van eiser, waarbij discussie ontstond over de juiste huurprijs en de wijze van correctie voor onderverhuur in de vergelijkingsmethode.
De Bedrijfshuuradviescommissie (Bhac) selecteerde vijf vergelijkingsobjecten en adviseerde een huurprijs gebaseerd op een correctiemethode waarbij de hoofdhuurprijs werd verlaagd met de door onderhuurders betaalde huurpenningen (methode b). Eiser betoogde dat deze methode onjuist was en pleitte voor correctie door berekening van de gemiddelde m²-prijs na aftrek van onderverhuurde m² (methode a).
De Hoge Raad oordeelde dat methode (b) in strijd is met de wettelijke regeling en het doel van een objectieve huurprijsvaststelling, omdat deze kan leiden tot onjuiste huurprijsbepalingen afhankelijk van marktontwikkelingen en onderhuurprijzen. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom methode (b) werd toegepast. Daarom werd het vonnis vernietigd en verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een objectieve en consistente methode bij huurprijsvergelijkingen en onderstreept dat correcties voor onderverhuur zorgvuldig moeten worden gemotiveerd en in lijn moeten zijn met de wettelijke bepalingen en hun strekking.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.