ECLI:NL:PHR:2002:AE1548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid cassatieberoep inzake erkenning en inschrijving geboorteaktes Aruba
De Ambtenaar van de burgerlijke stand van Aruba weigerde de door verweerster overgelegde geboorteaktes van minderjarige kinderen als echt aan te nemen in het kader van een verzoek tot erkenning door de echtgenoot van verweerster. In eerste aanleg werd het verzoek afgewezen wegens twijfel aan de juistheid van de geboorteaktes. In hoger beroep werd het verzoek gewijzigd en werd gevraagd om genoegzaamverklaring en inschrijving van de kinderen in de registers van de burgerlijke stand. Het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de bestuursrechtelijke weg voorgeschreven zou zijn.
De Ambtenaar kwam in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat partijen die in materieel opzicht in het gelijk zijn gesteld doorgaans geen belang hebben bij cassatie, maar dat het belang bij een proceskostenveroordeling voldoende kan zijn voor ontvankelijkheid. De Hoge Raad stelde ook vragen bij de oproeping van verweerster in cassatie en de onduidelijkheid over de precieze strekking van het verzoek.
Inhoudelijk oordeelde de Hoge Raad dat het Arubaanse recht geen voorziening kent voor inschrijving van buitenlandse geboorteaktes in de registers van de burgerlijke stand, en dat een verzoek tot opmaken van een akte van erkenning alleen door de erkenner zelf kan worden gedaan. Het systeem van rechtsbescherming is gesloten en laat geen ruimte voor bestuursrechtelijke rechtsgang naast de burgerlijke rechter. De conclusie was dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Ambtenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en ontvankelijkheidsproblemen.