ECLI:NL:PHR:2002:AE1186

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00166/01 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 552d SvArt. 552p Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbeslissing inzake beklag op beslag en uitlevering

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft een conclusie ingediend betreffende een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank te Groningen. In deze beschikking werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag gericht op opheffing van beslag en teruggave van het inbeslaggenomen goed, alsmede tegen het verlof tot uitlevering aan Duitsland.

Verzoeker stelde twee middelen van cassatie voor. Het eerste middel betrof de klacht dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat verzoeker geen belanghebbende was in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad achtte deze klacht gegrond, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat de verdachte in een strafzaak waarin rechtshulp wordt gevraagd, wel degelijk belanghebbende is.

Omdat het tweede middel was gebaseerd op het onjuiste oordeel van de rechtbank over het belanghebbende zijn van verzoeker, werd dit middel niet verder behandeld. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden voor nieuwe berechting van het bestaande beklag.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkheidsbeslissing en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Mr Machielse
Nr. 00166/01 B
Parket, 8 maart 2002
Conclusie inzake:
[Verzoeker=klager]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te Groningen waarbij verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn beklag strekkende tot opheffing van het beslag met last tot teruggave van het inbeslaggenomene alsmede zijn beklag tegen het verlof tot uitlevering van het inbeslaggenomene aan Duitsland.
2. Namens verzoeker heeft mr A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel bevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verzoeker niet als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv kan worden aangemerkt.
4. Ik kan hier heel kort over zijn: de klacht is gegrond. De verdachte in wiens strafzaak een rechtshulpverzoek om overdracht van stukken van overtuiging is gedaan, is belanghebbende in de zin van art. 552a Sv (zie HR 21 maart 2000, gr.nr. 3985 B).
5. Nu het eerste middel gegrond is en de in het tweede middel gewraakte overweging van de rechtbank stoelt op haar onjuiste oordeel dat verzoeker geen belanghebbende is in de zin van art. 552a Sv, zal ik het tweede middel verder niet bespreken.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking met verwijzing der zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,