ECLI:NL:PHR:2002:AD9837
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar en beroep bij niet-tijdige doorzending door onbevoegd bestuursorgaan
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van een beroepschrift centraal, waarbij het geschrift eerst bij een onbevoegd bestuursorgaan is ingediend en niet tijdig is doorgezonden naar het bevoegde orgaan. Belanghebbende had pro forma bezwaar gemaakt tegen een aanslag baatbelasting en later de gronden van het bezwaar ingediend na de gestelde hersteltermijn. Het bestuursorgaan verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
Belanghebbende stelde beroep in bij het Hof, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan bepalend is, tenzij sprake is van onjuistheid aan de zijde van de indiener. Omdat het onbevoegde orgaan zijn doorzendplicht niet nakwam, moet het beroepschrift geacht worden tijdig te zijn ingediend als het binnen een week na afloop van de beroepstermijn bij het bevoegde orgaan aankomt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling. Tevens wijst de conclusie op het belang van een redelijke en niet-formalistische benadering bij de ontvankelijkheid van bezwaarschriften en beroepen, mede in het licht van wetsvoorstellen die de rechtsbescherming van burgers willen verbeteren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, de uitspraak op verzet vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.