ECLI:NL:PHR:2002:AD9599
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over tijdigheid beroep nietigheid tweede ontslag en taak rechter na verwijzing
Deze zaak betreft een cassatieberoep van N.V. GTI Holding tegen een arrest van het hof Amsterdam over de rechtsgeldigheid van de tweede opzegging van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]. De kernvraag was of het hof mocht oordelen dat de nietigheid van deze tweede opzegging tijdig was ingeroepen door [verweerder].
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter na verwijzing gebonden is aan de beslissingen van de Hoge Raad en de uitleg daarvan, maar binnen die grenzen de procedure voortzet en openstaande geschilpunten behandelt. De zaak illustreert dat de regel dat na verwijzing geen nieuwe feiten mogen worden ingebracht, uitzonderingen kent wanneer het belang van hoor en wederhoor dat vereist.
Het hof had geoordeeld dat uitlatingen van [verweerder] redelijkerwijs als een beroep op nietigheid konden worden opgevat en dat dit tijdig was gebeurd binnen de wettelijke termijn. De Hoge Raad vindt deze uitleg begrijpelijk en wijst het cassatieberoep af. Hiermee wordt bevestigd dat de rechter na verwijzing een zekere mate van beoordelingsvrijheid heeft en dat een werknemer die bezwaar maakt tegen ontslag in redelijkheid ook het beroep op nietigheid kan inroepen, ook als dat niet expliciet met die term gebeurt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van GTI Holding wordt verworpen en het hof mocht oordelen dat het beroep op nietigheid van het tweede ontslag tijdig was ingeroepen.