ECLI:NL:PHR:2002:AD9333
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van vennoten voor verplichtingen vennootschap onder firma en b.v. in oprichting
Sabra Exotics B.V. en [betrokkene A] richtten een vennootschap onder firma (v.o.f.) op en lieten deze inschrijven in het handelsregister. Later werd een besloten vennootschap (b.v.) in oprichting opgericht, die de rechtshandelingen van de v.o.f. bekrachtigde. KAV Autoverhuur B.V. vorderde betaling van onbetaalde facturen, hoofdzakelijk voor autohuur, en stelde Sabra en [betrokkene A] hoofdelijk aansprakelijk als vennoten van de v.o.f.
De rechtbank oordeelde dat de v.o.f. namens de b.v. in oprichting handelde en dat het wettelijke vermoeden van art. 2:203 lid 3 BW Pro van toepassing was, waardoor Sabra en [betrokkene A] aansprakelijk konden zijn tenzij zij tegenbewijs leverden. Sabra betwistte het bestaan van een v.o.f. en de toepasselijkheid van de aansprakelijkheid, evenals de kennis van het niet nakomen van verplichtingen.
Het hof bevestigde dat de inschrijving in het handelsregister als v.o.f. derden bindt, ook als feitelijk sprake was van een b.v. in oprichting. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Sabra, oordeelde dat de aansprakelijkheid op grond van art. 31 lid 3 Handelsregisterwet Pro en art. 2:203 lid 3 BW Pro terecht is aangenomen, en bevestigde dat onjuistheden in het handelsregister derden niet kunnen worden tegengeworpen. Sabra werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Sabra werd verworpen en de hoofdelijke aansprakelijkheid werd bevestigd.