Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof op de terechtzitting van 8 mei 2000 het verzoek tot het horen van mevrouw Aalders en officier van justitie mr. Bijker-Veen op onjuiste of ontoereikende gronden heeft verworpen.
tweede middelkomt met een motiveringsklacht op tegen de verwerping van het hof van het verzoek van de raadsman van verzoeker om de op videobanden geregistreerde vertolking van de verklaring van medeverdachte [verzoeker] te laten beoordelen door één van de op de terechtzitting aanwezige tolken.
derde middelbevat een motiveringsklacht. Het hof zou het verzoek tot het oproepen van de nu eens als mr dan weer als drs getitelde [betrokkene 1] als deskundige op onjuiste, onbegrijpelijk althans onvoldoende gronden hebben verworpen.
vierde middelklaagt over de onbegrijpelijkheid of de ongenoegzaamheid van de motivering die het hof gaf voor zijn afwijzing van het verzoek tot verstrekking van de videobanden aan de verdediging.