ECLI:NL:PHR:2002:AD7779
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbreken aanwijzingsbesluit leidt tot vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende parkeerde op 6 juli 1999 zijn auto op een parkeerterrein in Hilversum en betaalde parkeerbelasting via een parkeerautomaat. De parkeercontroleur stelde echter een naheffingsaanslag op omdat de parkeerduur volgens hem was overschreden. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het Hoofd van de afdeling belastingen. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag.
Het College van Burgemeester en Wethouders stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Procureur-Generaal concludeerde echter dat het beroep ongegrond moest worden verklaard, omdat de regelgeving rondom de aanwijzing van parkeerplaatsen niet op orde was. Het College had geen geldig aanwijzingsbesluit genomen, waardoor het belastbare feit niet kon plaatsvinden.
Daarnaast besprak de Procureur-Generaal het oordeel van het Hof over een tolerantie van vijf minuten bij overschrijding van de parkeertijd. Dit oordeel werd als onjuist beschouwd, omdat de wet noch de geschiedenis daarvan een dergelijke tolerantietermijn kent. De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van een rechtsgeldige aanwijzing het College fataal werd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het College wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een rechtsgeldig aanwijzingsbesluit, waardoor de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd.