ECLI:NL:PHR:2002:AD7006
Parket bij de Hoge Raad
- Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling rechtspersoon voor omvangrijke belastingfraude met vermindering straf wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft de veroordeling van een rechtspersoon wegens het opzettelijk doen van onjuiste of onvolledige belastingaangiften en het gebruik van valse facturen. De feiten betreffen jarenlange fraude waarbij hogere inkoopprijzen werden opgegeven dan daadwerkelijk het geval was, mede door gebruik van valse facturen en het buiten beeld houden van bedrijfsresultaten via buitenlandse bankrekeningen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding onvoldoende duidelijk was, dat de deskundigenrapporten van KPMG en prof. Van Raad onvoldoende in het bewijsoordeel waren betrokken, en dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden. De Hoge Raad oordeelde dat de tenlastelegging voldoende duidelijk was en dat het hof terecht de verklaringen van de bestuurder en de bewijsmiddelen had meegewogen boven de rapporten van de verdediging.
Verder werd het verweer dat sprake zou zijn van dubbele bestraffing van de rechtspersoon en haar feitelijk leidinggever verworpen, omdat beide afzonderlijk strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn was overschreden in de cassatiefase, waardoor de straf verminderd moest worden. De overige middelen werden verworpen en de veroordeling bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging die werd verminderd.
Uitkomst: De veroordeling van de rechtspersoon wordt bevestigd, maar de straf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.