ECLI:NL:PHR:2002:AD6625
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van art. 12 Huurprijzenwet op servicekosten bij geliberaliseerde woonruimte
In deze zaak huurden eisers een luxe appartement van Flottille B.V. en betwistten zij de hoogte van de in rekening gebrachte servicekosten, stellende dat deze onredelijk hoog waren en in strijd met de Huurprijzenwet Woonruimte (HPW). De rechtbank had geoordeeld dat de HPW niet van toepassing was op de huurovereenkomst omdat het ging om geliberaliseerde woonruimte, waarvoor volgens art. 2 lid 2 HPW Pro uitzonderingen gelden. De Hoge Raad stelt echter vast dat art. 12 HPW Pro wel degelijk van toepassing is op geliberaliseerde woonruimte en dat de vergoeding voor servicekosten niet meer dan een redelijke vergoeding mag zijn.
De Hoge Raad benadrukt dat servicekosten niet mogen worden gebruikt om lasten door te berekenen die behoren tot de kale huurprijs, zoals verzekeringspremies en onderhoudskosten die de verhuurder moet dragen. Indien een beding hogere servicekosten voorschrijft dan toegestaan, is dat beding vernietigbaar en kan de huurder teveel betaalde kosten terugvorderen. De rechtbank had ten onrechte niet ambtshalve onderzocht of art. 12 HPW Pro van toepassing was, terwijl de stellingen van eisers daarvoor voldoende grond boden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling, waarbij de toetsing aan art. 12 HPW Pro moet plaatsvinden. Dit arrest bevestigt de dwingendrechtelijke werking van art. 12 HPW Pro en de verplichting van de rechter om deze bepaling ambtshalve toe te passen, ook als partijen dit niet expliciet hebben aangevoerd.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor beoordeling van de servicekosten aan de hand van art. 12 HPW.