ECLI:NL:PHR:2002:AD6214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens nietigheid appeldagvaarding niet tijdig aangevoerd
Verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld, gepleegd in vereniging. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit vonnis met twee middelen gericht op de aanzegging en de geldigheid van de appeldagvaarding.
Het eerste middel betrof de klacht dat de aanzegging van het appel niet aan het detentieadres van verdachte was betekend, maar aan de griffier, wat volgens verdachte in strijd was met art. 409 lid 2 Sv Pro. Het tweede middel stelde dat de appeldagvaarding nietig verklaard had moeten worden op grond van dezelfde feiten.
De Hoge Raad oordeelde dat het verweer omtrent de nietigheid van de appeldagvaarding niet tijdig was aangevoerd tijdens de terechtzitting in hoger beroep, waardoor het middel niet ontvankelijk was. Tevens werd geoordeeld dat de aanzegging conform de wettelijke bepalingen was verricht. Daarom faalden beide middelen en werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens niet-tijdige aanvoering van het verweer en correcte aanzegging.