ECLI:NL:PHR:2002:AD3575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toerekening rentekosten aan winst uit aanmerkelijk belang bij aandelenverkoop
Belanghebbende was middellijk aandeelhouder van B B.V. en kocht in 1996 een aanmerkelijk belang van 83% in C N.V., met financiering via een bankgarantie. De aandelen werden kort daarna doorverkocht aan F N.V., die de aandelen herplaatste op de Amsterdamse beurs. Belanghebbende betaalde rente over de koopsom aan de verkopers, welke rentekosten ter discussie stonden voor fiscale aftrek.
De Inspecteur stelde dat de rentekosten niet aftrekbaar waren als kosten van inkomsten uit vermogen, noch als persoonlijke verplichting, maar moesten worden toegerekend aan de winst uit aanmerkelijk belang. Het Hof bevestigde dit oordeel, stellende dat de aandelen niet als bron van inkomsten uit vermogen konden worden beschouwd omdat belanghebbende ze slechts kort hield met het oog op snelle doorverkoop en herplaatsing.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het oordeel dat de rentekosten niet als aftrekbare kosten uit vermogen konden worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat de aandelen geen bron van inkomsten uit vermogen vormden en dat de rentekosten daarom terecht werden toegerekend aan de winst uit aanmerkelijk belang. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De conclusie bevat tevens een beschouwing over de fiscale kwalificatie van financieringskosten en de ontwikkelingen in de aanmerkelijkbelangregeling vanaf 1997 en 2001, waarbij financieringskosten in bepaalde gevallen nog aftrekbaar kunnen zijn, maar niet in de onderhavige situatie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de rentekosten worden toegerekend aan de winst uit aanmerkelijk belang.