ECLI:NL:PHR:2002:AB2884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afvalstoffenbelasting en staatssteun in relatie tot secundaire bouwstoffen
Het geschil betreft de vraag of de afvalstoffenbelasting, geheven op grond van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), onrechtmatig is vanwege het ontbreken van voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie van bepaalde daarin opgenomen steunmaatregelen. Daarnaast staat centraal of secundaire bouwstoffen, gebruikt bij de aanleg en afdichting van een stortplaats, als afvalstoffen in de zin van de Wbm moeten worden beschouwd.
De Hoge Raad bevestigt dat de afvalstoffenbelasting primair een algemene belasting is gericht op het verwerven van algemene middelen, waarbij het milieubeleid een secundair doel is. De belastingheffing op secundaire bouwstoffen die nuttig worden toegepast op een stortplaats valt onder de afvalstoffenbelasting, ook al worden deze materialen nuttig gebruikt. De belastingrechter dient het fiscale doel voorop te stellen en mag niet te veel gewicht toekennen aan niet-fiscale milieuwetgeving.
Ten aanzien van de staatssteunaspecten oordeelt de Hoge Raad dat de heffing van afvalstoffenbelasting niet als een uitvoeringshandeling van de steunmaatregelen kan worden aangemerkt, ook al worden bepaalde teruggaafregelingen gefinancierd uit een klein deel van de belasting. De standstill-verplichting uit het EG-Verdrag verhindert niet de heffing van de afvalstoffenbelasting zelf. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof dat secundaire bouwstoffen niet als afvalstoffen beschouwde en verklaart het bezwaar van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat secundaire bouwstoffen afvalstoffen zijn en dat de afvalstoffenbelasting niet onrechtmatig is ondanks het ontbreken van voorafgaande goedkeuring van de Europese Commissie voor de steunmaatregelen.