ECLI:NL:PHR:2001:ZD2788
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet beslissen op verzoek nadere onderzoekshandelingen in cocaïne-invoeringszaak
Op 7 juli 1994 werd een partij cocaïne ingevoerd in Nederland. Verdachte werd betrokken geacht vanwege hulp bij het verschaffen van een uitweg aan een getuige die de koffer met verdovende middelen op Schiphol overnam. De verdediging betwistte de betrokkenheid mede op basis van toegangspasgegevens die niet strookten met verklaringen van de getuige.
De verdediging verzocht het hof om nadere onderzoekshandelingen te verrichten om een overzicht te verkrijgen van alle personen die op de betreffende dag via een specifiek poortje op Schiphol zijn gepasseerd. Het hof gebruikte weliswaar de computeruitdraai van het pasgebruik als bewijsmiddel, maar besloot niet op het verzoek tot nadere onderzoekshandelingen, wat strijdig is met artikel 330 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet beslissen op een dergelijk verzoek formele nietigheid oplevert en dat het arrest daarom vernietigd moet worden. Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit en corrigeert deze waar nodig. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het niet beslissen op een verzoek tot nadere onderzoekshandelingen en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.