ECLI:NL:PHR:2001:ZD2733
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak uitlevering wegens onvoldoende feitelijke motivering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Rotterdam die de uitlevering van verdachte aan Frankrijk toelaatbaar heeft verklaard wegens betrokkenheid bij een criminele organisatie die zich bezighoudt met de productie en handel in heroïne en cocaïne.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet voldeed aan de eis van voldoende duidelijkheid in de feitelijke omschrijving van de uitleveringsgronden zoals vereist op grond van artikel 28, derde lid, van de Uitleveringswet in samenhang met artikel 14 van Pro het Europees uitleveringsverdrag. De rechtbank had niet alleen moeten verwijzen naar het mandaat tot aanhouding, maar ook naar het bijgevoegde exposé des faits.
Daarnaast wordt een klacht van verdachte verworpen dat uit het mandaat niet blijkt dat de organisatie het oogmerk had om meerdere misdrijven te plegen, aangezien dit uit het exposé des faits wel blijkt.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend vanwege de onvoldoende feitelijke motivering en verwijst de zaak terug om de feiten duidelijk te vermelden, terwijl het cassatieberoep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende feitelijke motivering van de uitleveringsfeiten en wijst het cassatieberoep voor het overige af.