ECLI:NL:PHR:2001:ZD2673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in ontnemingszaak wegens wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de arrondissementsrechtbank bevestigd waarbij aan verzoeker de verplichting is opgelegd tot betaling van ƒ 44.000 aan de Staat, subsidiair 169 dagen hechtenis, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Verzoeker heeft via zijn advocaat cassatiemiddelen ingediend die voortbouwen op eerdere middelen in de hoofdzaak. Het middel betoogt dat bij gegrondverklaring van één van de cassatiemiddelen in de hoofdzaak niet zonder meer gesproken kan worden van wederrechtelijk genoten voordeel.
De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, verwijzend naar zijn conclusie in de hoofdzaak. De Hoge Raad heeft geen ambtshalve gronden tot cassatie aangetroffen en heeft het beroep verworpen.
Deze zaak hangt samen met meerdere andere zaken, waaronder de hoofdzaak met gr.nr. 02976/00, waarin ook vandaag conclusies zijn genomen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; ontnemingsmaatregel van ƒ 44.000 bevestigd.