ECLI:NL:PHR:2001:ZD1858
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid huiszoeking en uitlevering wapens onder Wet wapens en munitie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte was veroordeeld wegens het bezit van een revolver, munitie, wurgstokken, een boksbeugel en drugs. Het hof had geoordeeld dat de huiszoeking en de vordering tot uitlevering van wapens rechtmatig waren, ondanks het ontbreken van een cautie bij de uitlevering.
De verdediging stelde dat artikel 49 van Pro de Wet wapens en munitie in strijd was met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. Tevens werd aangevoerd dat de politieambtenaren de verdachte hadden moeten informeren over zijn zwijgrecht bij de uitlevering van de wapens.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat artikel 49 WWM Pro niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat de huiszoeking een legitiem doel diende en proportioneel was. De CID-informatie waarop de huiszoeking was gebaseerd, was voldoende concreet en betrouwbaar. Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat opsporingsambtenaren bevoegd zijn om uitlevering van wapens te vorderen zonder voorafgaande cautie, aangezien dit niet wordt beschouwd als een inbreuk op het nemo-tenetur-beginsel.
De middelen van cassatie werden verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.