ECLI:NL:PHR:2001:AD5497
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en terugwijzing bij overschrijding termijn vervroegde onteigening
Eiser is eigenaar van een perceel dat door de Staat ter onteigening is aangewezen voor de aanleg van de Westerscheldetunnel. De Staat heeft vervroegd onteigening gevorderd, maar de Rechtbank wees de eerste vordering af wegens niet voldoen aan de eisen van de Onteigeningswet. Een tweede vordering werd toegewezen, waarbij deskundigen werden benoemd om schadeloosstelling te begroten.
In cassatie stelt eiser dat de dagvaarding voor de tweede vordering niet binnen de wettelijk gestelde termijn van twee maanden na de plaatsopneming door deskundigen is uitgebracht, waardoor de Rechtbank had moeten overgaan tot een nieuwe benoeming van deskundigen en plaatsopneming. De Hoge Raad bevestigt dat de termijn overschreden is en dat de Rechtbank ten onrechte de eerdere deskundigen heeft opgedragen de schadeloosstelling te begroten.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat overschrijding van de termijn niet fataal is, maar wel betekent dat de vervroegde plaatsopneming buiten beschouwing moet blijven en een nieuwe opneming moet plaatsvinden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis voor zover het de schadeloosstelling betreft en wijst de zaak terug naar de Rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met benoeming van deskundigen en plaatsopneming.