ECLI:NL:HR:2001:AD5497
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over schadeloosstelling bij vervroegde onteigening en verwijst terug
De zaak betreft een geschil over de vervroegde onteigening van een perceelsgedeelte van eiser in de gemeente Borsele ten behoeve van de aanleg van de Westerscheldetunnel en bijbehorende infrastructuur. Na benoeming van deskundigen en vervroegde opneming in juni 1998, werd de onteigening gevorderd, maar de rechtbank wees de vordering in mei 2000 af wegens niet-naleving van artikel 17 van Pro de Onteigeningswet.
De Staat dagvaardde opnieuw in juli 2000 en de rechtbank sprak in januari 2001 de vervroegde onteigening uit en gaf opdracht tot schadeloosstelling. Eiser stelde cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding na het verstrijken van de in artikel 54g Onteigeningswet gestelde termijn was uitgebracht, waardoor de eerdere plaatsopneming buiten beschouwing moest blijven en een nieuwe benoeming van deskundigen en opneming had moeten plaatsvinden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover het opdracht gaf tot schadeloosstelling en verwees de zaak terug naar de rechtbank Middelburg voor verdere behandeling. De Staat werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd voor zover het opdracht gaf tot schadeloosstelling en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.