ECLI:NL:PHR:2001:AD5455
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aanwijzing ander gerecht voor vervolging gewezen rechterlijke ambtenaar na ontslag
De zaak betreft de vraag of op grond van artikel 510 Wetboek Pro van Strafvordering een andere rechtbank kan worden aangewezen voor de vervolging van een rechterlijke ambtenaar die inmiddels eervol ontslag heeft gekregen. De betrokkene was vice-president van de arrondissementsrechtbank te Maastricht toen de vervolging werd ingesteld. Na zijn ontslag werd de vraag gesteld of de vervolging nog steeds door die rechtbank moest plaatsvinden.
Historisch onderzoek toont aan dat de regeling in artikel 510 Sv Pro oorspronkelijk bedoeld was om onpartijdigheid te waarborgen door rechterlijke ambtenaren te laten vervolgen door een ander gerecht dan het eigen college. De wetgever heeft zich echter niet expliciet uitgelaten over de situatie van gewezen rechterlijke ambtenaren.
De Hoge Raad concludeert dat het begrip "zijn rechtbank" in artikel 510 Sv Pro zo moet worden uitgelegd dat het gaat om de rechtbank waar de vervolging is aangevangen toen de ambtenaar nog in functie was. Het feit dat de ambtenaar daarna ontslag heeft gekregen, staat niet in de weg aan de aanwijzing van een ander gerecht. De Hoge Raad overweegt de Rechtbank Arnhem als alternatief gerecht voor de vervolging en berechting van deze zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst een andere rechtbank aan voor de vervolging van de gewezen rechterlijke ambtenaar.