ECLI:NL:PHR:2001:AD4918
Parket bij de Hoge Raad
- C.L. de Vries Lentsch-Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening vergoedingslimiet geneesmiddelen op basis van peildatumregistratie ondanks doorhaling
Deze zaak betreft het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) dat sinds 1991 bestaat om de kosten van geneesmiddelen te beheersen door vergoedingslimieten per groep onderling vervangbare geneesmiddelen vast te stellen op basis van een peildatum. De kernvraag was of bij de eerste vaststelling van een groep geneesmiddelen ook middelen mogen worden meegenomen die op dat moment niet meer geregistreerd waren, maar wel op de peildatum.
Eiseres tot cassatie, Smithkline Beecham Farma B.V. (SB), bracht het antibioticum Augmentin op de markt, dat op de peildatum in drie vormen geregistreerd was en volledig werd vergoed. Na het aflopen van het octrooi en doorhaling van de registratie van de sachetvorm, werd de vergoedingslimiet vastgesteld inclusief deze niet meer geregistreerde vorm, wat SB aanvocht.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het systeem van het GVS juist beoogt marktmanipulatie te voorkomen door vast te houden aan de peildatumregistratie, ongeacht latere doorhalingen. SB had bovendien zelf de doorhaling bewerkstelligd om de vergoedingslimiet te beïnvloeden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt het cassatieberoep, waarmee de berekening van de vergoedingslimiet op basis van de peildatumregistratie wordt gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat vergoedingslimieten worden berekend op basis van geneesmiddelen die op de peildatum geregistreerd waren, ook als hun registratie later is doorgehaald.