ECLI:NL:PHR:2001:AD4484
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens vrijwillige terugtred bij poging tot diefstal met geweld
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Hof te 's-Gravenhage waarbij verdachte werd veroordeeld voor voorbereiding en poging tot diefstal met geweld en afpersing. Het Hof oordeelde dat geen sprake was van vrijwillige terugtred omdat de voorbereidingshandelingen waren voltooid en het besluit om het misdrijf niet voort te zetten te laat was genomen.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof onjuist heeft geoordeeld dat vrijwillige terugtred niet mogelijk is zodra de voorbereidingshandelingen zijn voltooid of de uitvoeringsfase is aangevangen. Volgens art. 46b Sr is strafuitsluiting mogelijk indien het misdrijf niet is voltooid door omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk, ook als de voorbereidingsfase is afgerond.
De Hoge Raad bevestigt dat in dit geval de verdachte zelf heeft besloten het misdrijf niet te voltooien vanwege de aanwezigheid van personeel in de juwelierszaak, wat een omstandigheid van de wil van de dader is. Dit leidt tot de conclusie dat sprake is van vrijwillige terugtred.
Daarnaast is vastgesteld dat het recht op berechting binnen een redelijke termijn is geschonden, wat aanleiding geeft tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging en bepaalt dat de strafduur opnieuw moet worden vastgesteld met inachtneming van de termijnoverschrijding. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens schending van het recht op redelijke termijn en bevestigt vrijwillige terugtred als strafuitsluitingsgrond.