ECLI:NL:PHR:2001:AD4389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste kwalificatie in zaak medeplegen Opiumwet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag en veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De raadsman van verdachte trok vier van de zeven cassatiemiddelen in, waarna het hof werd verweten niet te hebben gereageerd op het verweer dat sprake was van medeplichtigheid in plaats van medeplegen. Dit werd door de Hoge Raad verworpen omdat het hof dit als bewijsverweer zag en de bewijsmiddelen het verweer weerlegden.
Voorts stelde de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte artikel 3 Opiumwet Pro toepaste, terwijl artikel 2 toepasselijk Pro was. Dit werd ambtshalve gecorrigeerd. Daarnaast werd het middel over de vermeende overschrijding van de redelijke termijn in cassatie verworpen omdat de vertraging niet tot belemmering van de procedure leidde.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend vanwege de onjuiste kwalificatie van het onder 3 bewezenverklaarde feit en bevestigde de overige onderdelen van het arrest. Het feit werd opnieuw gekwalificeerd als medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet, meermalen gepleegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onjuiste kwalificatie; het feit wordt gekwalificeerd als medeplegen in strijd met artikel 2 Opiumwet.