ECLI:NL:PHR:2001:AD4312
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging maatregel plaatsing inrichting jeugdigen bij verkrachting
De zaak betreft een verzoeker die door het Gerechtshof Amsterdam is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wegens verkrachting. De verdediging stelde dat het Hof ten onrechte deze maatregel oplegde, omdat er alternatieven, zoals ambulante of dagbehandeling, mogelijk zouden zijn.
Tijdens de zittingen werden deskundigen gehoord die verklaarden dat de bestaande ambulante behandelingen en dagbehandelingen niet toereikend zijn voor minderjarigen die zedendelicten plegen. De deskundigen benadrukten dat de ernst van de persoonlijkheidsstoornis van de verzoeker en zijn beperkte behandelbaarheid een onvoorwaardelijke maatregel rechtvaardigen.
Het Hof baseerde zich op de adviezen van deze deskundigen en oordeelde dat er geen voldoende alternatieven waren. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof zijn oordeel over de noodzaak van de maatregel en het ontbreken van alternatieven terecht heeft gevormd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onvoorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wegens verkrachting.