ECLI:NL:HR:2001:AD4312
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen maatregel plaatsing jeugdige na verkrachting
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam is veroordeeld tot een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wegens verkrachting. Het hof had het vonnis van de rechtbank vernietigd en de maatregel opgelegd met onttrekking aan het verkeer.
De verdachte was in voorlopige hechtenis en stelde op 3 januari 2000 cassatieberoep in. De Hoge Raad behandelde de zaak op 26 juni 2001, waarbij werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het cassatieberoep was overschreden zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Desondanks werd geen strafvermindering toegepast omdat het hof geen straf had opgelegd, maar een maatregel waarvan de duur niet vooraf is bepaald.
De Hoge Raad concludeerde dat de overschrijding van de redelijke termijn slechts kon worden vastgesteld zonder gevolgen voor de opgelegde maatregel. Er waren geen gronden om het arrest ambtshalve te vernietigen. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen blijft van kracht.