ECLI:NL:PHR:2001:AD3967
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nieuwheid en feitelijke bekendheid van modelrecht voor bandrasterprofiel
In deze zaak staat centraal de vraag of het modeldepot van Nordprofil voor een bandrasterprofiel nieuw is, waarbij Maars betwist dat het model nieuwheid bezit wegens eerdere feitelijke bekendheid binnen de belanghebbende kring van handel in de Benelux.
De rechtbank had het bewijs geleverd geacht dat het profiel in een catalogus uit 1985 van Suckow & Fischer voorkwam, maar het hof oordeelde dat Maars onvoldoende had bewezen dat dit profiel binnen de belanghebbende kring voldoende bekend was. De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de betekenis van 'feitelijke bekendheid' in artikel 4, lid 1, onder a, van de Beneluxwet inzake tekeningen of modellen (BTMW).
De Hoge Raad benadrukt dat niet iedere eerdere openbaarmaking nieuwheidsschadelijk is, maar dat sprake moet zijn van een meer dan incidentele, enigszins algemene bekendheid binnen de relevante beroepskring. Tevens wordt overwogen dat het begrip belanghebbende kring niet alleen aanbieders omvat, maar ook afnemers, en dat de mate van bekendheid en de wijze van verbreiding van het model relevant zijn.
De Hoge Raad concludeert dat deze normatieve vragen over de uitleg van 'feitelijke bekendheid' en de samenstelling van de belanghebbende kring aan het Benelux-Gerechtshof moeten worden voorgelegd en besluit de verdere beslissing aan te houden in afwachting van het antwoord.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Benelux-Gerechtshof over de uitleg van feitelijke bekendheid en houdt de beslissing aan.