ECLI:NL:PHR:2001:AB3141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid mijnonderneming voor lozen olie op continentaal plat
Verdachte, een mijnonderneming, werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een geldboete wegens overtreding van voorschriften uit het Mijnreglement continentaal plat (MRCP) en de Mijnwet. De zaak betrof het lozen van olie vanaf een mijnbouwinstallatie, waarbij de feitelijke lozing werd uitgevoerd door een onderaannemer, Neddrill 3.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig was en dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid niet op verdachte maar op de onderaannemer moest rusten, op grond van de systematiek van het MRCP. Deze middelen werden door de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de zorgplicht en aansprakelijkheid niet exclusief bij de onderaannemer ligt, maar dat ook de mijnonderneming zelf als functioneel dader kan worden aangesproken.
De Hoge Raad benadrukte dat het MRCP een systeem kent van aanvullende verantwoordelijkheden waarbij bestuurders en toezichthouders verplicht zijn tot naleving van voorschriften. Ook het feit dat Neddrill 3 de feitelijke lozing uitvoerde, sluit niet uit dat verdachte strafrechtelijk aansprakelijk is. De Hoge Raad concludeert dat het hof de bewezenverklaring en de strafrechtelijke aansprakelijkheid terecht heeft vastgesteld en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid en geldboete voor mijnonderneming wegens lozen olie.