ECLI:NL:PHR:2001:AB2940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieverwerping inzake meervoudige overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994
Verdachte werd door de Politierechter veroordeeld voor meermalen gepleegde overtredingen van artikel 8 en Pro artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, met een geldboete, hechtenis en ontzegging van rijbevoegdheid. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze veroordelingen en bepaalde de straf voor een van de overtredingen op een lagere geldboete en kortere ontzegging.
De Hoge Raad oordeelt dat de strafrechtelijke kwalificatie van de feiten als een voortgezette handeling conform artikel 56 Sr Pro correct is toegepast, waarbij slechts de zwaarste strafbepaling wordt gehanteerd en lichtere sancties worden geabsorbeerd. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat geen gronden voor vernietiging zijn aangetroffen en omdat het beroep geen belang meer heeft gezien de onherroepelijkheid van het hofarrest.
Voorts wordt opgemerkt dat het hof ten onrechte toepassing gaf aan artikel 423 lid 4 Sv Pro voor een feit waartegen geen hoger beroep openstond, maar deze overweging blijft zonder rechtsgevolg. De bewezenverklaring en strafoplegging zijn feitelijk en juridisch consistent, en de verdachte heeft erkend de overtredingen te hebben begaan, waaronder rijden onder invloed en negeren van verkeerslichten.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; strafoplegging voor meervoudige overtredingen Wegenverkeerswet 1994 blijft onherroepelijk.