ECLI:NL:PHR:2001:AB2904

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00153/01
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 435 SvArt. 437 SvArtikel VII Wet van 28 oktober 1999 Staatsblad 467
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen cassatieschriftuur

De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden wegens medeplegen van een overtreding van de Opiumwet. Tegen dit vonnis stelde de verdachte cassatieberoep in op 2 oktober 2000.

Na betekening van de aanzegging op 12 februari 2001 diende de raadsman van de verdachte echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden een cassatieschriftuur in bij de Hoge Raad. Dit was verplicht sinds de inwerkingtreding van de gewijzigde artikel 437, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering op 1 oktober 2000.

Omdat de cassatieschriftuur niet tijdig is ingediend, moet de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep. De overgangsregeling in artikel VII van de wijzigingswet is niet van toepassing omdat het cassatieberoep pas na de inwerkingtreding van de wet is ingesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de cassatieschriftuur.

Conclusie

Nr. 00153/01
Mr Machielse
Zitting: 19 juni 2001
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij arrest van 28 september 2000 is verzoeker door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld ter zake van het "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid onder A van de Opiumwet gegeven verbod " tot een gevangenisstraf van twee jaren en zes maanden.(1)
2.1. Namens verzoeker heeft mr. S.E.M. Hooijman, advocaat te Amsterdam cassatieberoep ingesteld op 2 oktober 2000.
2.2. De aanzegging als bedoeld in artikel 435 Sv Pro is aan verzoeker in persoon betekend op 12 februari 2001. Nadien is niet door een advocaat namens verzoeker een schriftuur, houdende zijn middelen van cassatie, bij de Hoge Raad ingediend.
2.3. Artikel 437, tweede lid Sv is bij Wet van 28 oktober 1999, Staatsblad 467 gewijzigd. Het gewijzigde artikel is in werking getreden op 1 oktober 2000.
2.4. Eerder genoemde wijzigingswet houdt als artikel VII een bepaling van overgangsrecht in. Kort gezegd houdt die bepaling in dat het gewijzigde artikel 437, tweede lid Sv niet van toepassing is in zaken waarin vóór de datum van inwerkingtreding het cassatieberoep was ingesteld.
2.5. Nu het cassatieberoep is ingesteld ná inwerkingtreding van de Wet van 28 oktober 1999, was verdachte, op straffe van niet-ontvankelijkheid verplicht om binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door zijn raadsman een cassatieschriftuur te doen indienen.
Nu dat niet is gebeurd, moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep.
3. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
1 Deze zaak hangt samen met de zaak, bekend onder griffienummer 00154/01, waarin ik heden eveneens concludeer.