ECLI:NL:PHR:2001:AB2877
Parket bij de Hoge Raad
- Bosch
- Eelsing
- Helmonds
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering wegens samenzwering tot invoer van MDMA naar VS
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Zwolle die de uitlevering aan de Verenigde Staten toelaatbaar heeft verklaard wegens verdenking van samenzwering tot invoer van MDMA. De verdediging stelde meerdere middelen van cassatie voor, waaronder klachten over onvoldoende motivering van de rechtbank, het niet horen van getuigen, het niet overleggen van originele stukken en vermeende discrepanties in het feitencomplex.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een flagrante schending van artikel 5 en Pro 6 EVRM die uitlevering ontoelaatbaar zou maken. Verzoeken tot het horen van getuigen en het opvragen van aanvullend bewijsmateriaal zijn afgewezen op voldoende gronden, mede omdat de rechtmatigheid van bewijsverwerving in het algemeen niet ter beoordeling van de uitleveringsrechter staat.
Verder constateert de Hoge Raad dat de rechtbank de uitlevering heeft opgevat als uitsluitend betrekking hebbende op de conspiracy tot invoer van MDMA, hetgeen niet onbegrijpelijk is gezien de stukken. De klachten over het ontbreken van originele documenten en discrepanties in het feitencomplex worden verworpen. Wel wordt ambtshalve opgemerkt dat de rechtbank bij de verbetering van het dictum art. 140 Sr Pro als toepasselijke wetsbepaling dient te vermelden. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering van verdachte aan de Verenigde Staten is toelaatbaar verklaard.