ECLI:NL:PHR:2001:AB2806
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbare poging tot mensenhandel door misleiding en bevestigt bijzondere voorwaarde ambulante psychiatrische behandeling
Verdachte werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor poging tot mensenhandel, waarbij hij vrouwen uit Oost-Europa misleidde om naar Nederland te komen met het oog op prostitutie. Het hof stelde vast dat verdachte vrouwen voorhield een relatie aan te willen gaan, vertelde dat hij zeer rijk was en liefdesbrieven schreef, waarmee hij de vrouwen misleidde. Deze gedragingen werden als uitvoeringshandelingen aangemerkt die gericht waren op de voltooiing van het misdrijf.
Verdachte voerde in cassatie aan dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en dat het hof ten onrechte de gedragingen als uitvoeringshandelingen kwalificeerde. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het hof de gedragingen terecht als aanvang van uitvoering van het misdrijf heeft aangemerkt, mede gelet op de bijzondere aard van het delict mensenhandel.
Daarnaast werd een bijzondere voorwaarde verbonden aan de deels voorwaardelijke straf, namelijk dat verdachte zich zou laten behandelen op een forensische psychiatrische polikliniek zolang de reclassering dit noodzakelijk achtte. Verdachte stelde dat de reclassering deze beslissingsbevoegdheid niet toekomt. De Hoge Raad oordeelde dat deze bijzondere voorwaarde rechtmatig is en dat de reclassering een toezichthoudende en coördinerende taak heeft bij de duur van de ambulante behandeling.
De Hoge Raad vond geen gronden voor cassatie en verwierp het beroep, waarmee de veroordeling en de bijzondere voorwaarde onverkort in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot mensenhandel met bijzondere voorwaarde ambulante psychiatrische behandeling blijft in stand.