ECLI:NL:PHR:2001:AB2772
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening van pensioenrechten bij ontbinding huwelijk in algehele gemeenschap van goederen
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn gescheiden na het Boon/Van Loon-arrest maar vóór de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. De vrouw vorderde verrekening van het ouderdomspensioen van de man opgebouwd vanaf 1965 tot ontbinding huwelijk.
De man voerde verweer met onder meer verknochtheid van pensioenrechten, redelijkheid en billijkheid en het argument van een schijnhuwelijk om Nederlandse nationaliteit te verkrijgen. Rechtbank en Hof oordeelden dat de pensioenrechten in de gemeenschap vielen en dat verrekening plaats moest vinden, waarbij de man tot betaling werd veroordeeld.
De Hoge Raad stelt dat pensioenrechten in beginsel voor de helft verrekend moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden zich verzetten. Daarbij is het uitgangspunt dat ook voorhuwelijkse pensioenrechten in de gemeenschap vallen. De verrekening kan op grond van redelijkheid en billijkheid vaak alleen door een voorwaardelijke uitkering worden opgelegd die aan het leven van beiden gebonden is en opeisbaar wordt naarmate de pensioenrechten opeisbaar zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof omdat het niet voldoende heeft gemotiveerd waarom het niet is ingegaan op stellingen van de man over verknochtheid en redelijkheid en billijkheid, en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Deze uitspraak bevestigt de toepassing van het Boon/Van Loon-arrest en benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering bij pensioenverrekening in huwelijksgemeenschappen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van de gestelde eisen omtrent verknochtheid en redelijkheid en billijkheid.