ECLI:NL:PHR:2001:AB2391
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over auteursrechtelijke bescherming van gezelschapsspellen en toepassing Berner Conventie op Amerikaanse werken
In deze zaak staat de auteursrechtelijke bescherming van diverse gezelschapsspellen centraal, waarbij MB c.s. Impag c.s. in kort geding hebben gedagvaard wegens vermeende inbreuk op auteursrechten en onrechtmatige slaafse nabootsing. De spellen van MB c.s. zijn onder meer Jenga, Wie is Het?, Vier op 'n Rij, Valkuil en Zeeslag, terwijl Impag c.s. soortgelijke spellen op de markt brengen die volgens MB c.s. inbreuk maken.
De president van de rechtbank Amsterdam heeft in eerste aanleg de vorderingen van MB c.s. grotendeels toegewezen, waarbij werd geoordeeld dat de spellen auteursrechtelijk beschermd zijn en dat er sprake is van inbreuk. Het hof Amsterdam heeft dit oordeel bevestigd, met een nadere beoordeling per spel en een interpretatie van het begrip spelconcept als een werk in de zin van de Auteurswet 1912.
Impag c.s. hebben cassatie ingesteld met onder meer klachten over het spoedeisend belang, de auteursrechtelijke beschermbaarheid van het spelconcept, en de toepassing van de Berner Conventie op Amerikaanse werken. De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de juridische kaders, waaronder de Berner Conventie, de auteurswetgeving en jurisprudentie over slaafse nabootsing.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het spoedeisend belang heeft aangenomen, bevestigt de auteursrechtelijke bescherming van de vormgeving van de spellen, en wijst de klachten over de beschermbaarheid van het spelconcept af. Wel vernietigt de Hoge Raad het arrest vanwege een onjuiste toepassing van de Berner Conventie op de Amerikaanse spellen Valkuil en Vier op 'n Rij, en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek terug naar een ander hof.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar auteursrechtelijke bescherming van Amerikaanse spellen.