ECLI:NL:PHR:2001:AB2371
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Openbaarheid en anonimisering van tuchtrechtelijke uitspraken van het Hof van Discipline
De Stichting WORM verzocht inzage en afschrift van alle tuchtrechtelijke uitspraken van het Hof van Discipline vanaf 1988 voor wetenschappelijk onderzoek. Het Hof van Discipline weigerde dit op grond van artikel 8 EVRM Pro (privacy). De Stichting stelde dat artikel 838 Rv Pro dit recht op afschrift regelt en dat het Hof van Discipline als een openbaar register moet worden beschouwd.
De president van de rechtbank en het hof Den Haag oordeelden dat artikel 838 Rv Pro inderdaad van toepassing is, maar dat het recht op afschrift beperkt moet worden door anonimisering van persoonsgegevens van advocaten, klagers en anderen die in de uitspraken worden genoemd. Dit om een onrechtmatige inbreuk op het privéleven te voorkomen.
De Hoge Raad bevestigt deze interpretatie en overweegt uitgebreid de verhouding tussen artikel 838 Rv Pro en artikel 58 Advocatenwet Pro, de mensenrechtelijke aspecten van artikelen 6 en 8 EVRM, en de bijzondere aard van het advocatentuchtrecht. Ook wordt verwezen naar vergelijkingen met Frans en Duits recht en het kabinetsstandpunt over openbaarheid van overheidsinformatie.
De Hoge Raad benadrukt dat het advocatentuchtrecht een eigen status heeft en dat openbaarheid met anonimisering in het algemeen wenselijk is. De vordering van Stichting WORM wordt beperkt tot geanonimiseerde afschriften, waarbij de kosten van anonimisering voor haar rekening zijn. Het beroep van de Staat wordt verworpen en de proceskosten worden aan de zijde van Stichting WORM nihil begroot.
Uitkomst: Het recht op afschrift van tuchtrechtelijke uitspraken geldt slechts in geanonimiseerde vorm ter bescherming van de privacy van betrokkenen.