ECLI:NL:PHR:2001:AB1762
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering ondanks vonnis bij verstek en procedure op tegenspraak in Turkije
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen de toelaatbaarheid van uitlevering van een persoon aan Turkije ter uitvoering van een straf opgelegd door de zwarestrafrechtbank te Bogazliyan. De verdediging stelde dat het vonnis onherroepelijk bij verstek was gewezen, waardoor uitlevering ontoelaatbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat sprake was van een procedure op tegenspraak, waarbij de verdachte bijgestaan werd door een advocaat en voldoende gelegenheid had om zich te verdedigen.
De Hoge Raad toetste dit oordeel op begrijpelijkheid en concludeerde dat de verdediging adequaat was gewaarborgd, mede doordat de verdachte meerdere keren contact had met zijn advocaat en de procedure meerdere jaren duurde met maandelijkse zittingen. Ook de bekrachtiging van het vonnis door de Turkse Hoge Raad werd als een toetsing van wetstoepassing gezien en niet als een nieuw feitenonderzoek.
Het verzoek om de advocaat als getuige te horen werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. Daarnaast werd het verweer dat uitlevering ontoelaatbaar is wegens overschrijding van een redelijke termijn verworpen, omdat het recht op redelijke termijn geen betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een onherroepelijk vonnis.
De conclusie van de Procureur-Generaal was om het beroep te verwerpen en de uitlevering toe te staan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en verklaart de uitlevering aan Turkije toelaatbaar.