ECLI:NL:PHR:2001:AB1698
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens openstaand hoger beroep bij kantonrechter
Eiser kocht op 1 oktober 1998 een keuken van verweerster voor ƒ 11.000 exclusief montagekosten. Na onenigheid trok eiser de opdracht op 4 november 1999 in. Verweerster dagvaardde eiser op 5 februari 1999 voor betaling van ƒ 1.650 wegens annulering, vermeerderd met rente en kosten. Eiser stelde dat hij de overeenkomst had ontbonden wegens wanprestatie en vorderde in reconventie een schadevergoeding van ƒ 2.700,70. De kantonrechter wees de vordering van verweerster toe en wees die van eiser af.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van de kantonrechter. De Hoge Raad onderzocht ambtshalve of tegen het vonnis hoger beroep openstond. Volgens art. 38 RO Pro en art. 253 Rv Pro moest de waarde van de vorderingen in conventie en reconventie worden opgeteld. Dit bedrag bedroeg ƒ 3.998,70, meer dan de grens van ƒ 3.500. Daardoor stond hoger beroep open en was cassatieberoep niet ontvankelijk.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk en bepaalde dat een nieuwe appeltermijn aanvangt vanaf de datum van het arrest. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen het vonnis van de kantonrechter hoger beroep openstond.