ECLI:NL:PHR:2001:AB1472
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij schietpartij in muziekcafé Bacchus
In deze zaak, bekend als de Bacchus-zaak, werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van doodslag, poging tot doodslag en verboden wapenbezit na een schietpartij in het muziekcafé Bacchus te Gorinchem op 10 januari 1999. Het hof stelde vast dat verdachte samen met zijn broer en zwager een reeks gewelddadigheden had ondernomen, waarbij verdachte een vuurwapen haalde en zijn broer dit wapen afnam en schoten loste.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof over medeplegen, waarbij het hof had geoordeeld dat verdachte de aanmerkelijke kans had aanvaard dat zijn broer zou schieten. De Hoge Raad bevestigde dat bewuste samenwerking niet hoeft voort te komen uit expliciete afspraken, maar ook stilzwijgend kan zijn. Het hof had terecht geoordeeld dat verdachte actief had bijgedragen aan een gewelddadige sfeer en de confrontatie had gezocht.
De klachten van verdachte dat hij niet als medepleger kon worden aangemerkt, dat hij zich niet had gedistantieerd en dat het hof niet had vastgesteld dat hij de kans bewust had aanvaard, werden door de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen verkeerde rechtsopvatting had omtrent medeplegen en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van doodslag en poging tot doodslag met een gevangenisstraf van zestien jaar.