ECLI:NL:PHR:2001:AB1201
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzagerecht medische dossiers bij betwisting wilsbekwaamheid testateur
In deze zaak vorderde eiser inzage in de medische dossiers van zijn overleden broer, de erflater, om aan te tonen dat deze ten tijde van het verlijden van zijn testament niet wilsbekwaam was. De erflater had zijn buurvrouw tot enig erfgenaam benoemd, hetgeen door eiser werd betwist op grond van vermeende wilsonbekwaamheid.
De Stichting, beheerder van het verpleeghuis waar de erflater verbleef, beriep zich op de wettelijke geheimhoudingsplicht en weigerde inzage. Rechtbank en Hof wezen de vordering af, stellende dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren dat de erflater niet wilsbekwaam was en dat andere middelen, zoals getuigenverklaringen, beschikbaar waren.
De Hoge Raad bevestigde dat de geheimhoudingsplicht ook na overlijden geldt en slechts kan worden doorbroken indien zwaarwegende aanwijzingen bestaan dat de erflater niet wilsbekwaam was en dat het dossier opheldering kan geven die niet anderszins verkregen kan worden. Het hof had terecht geoordeeld dat de feiten en omstandigheden geen gegronde aanwijzingen boden voor wilsonbekwaamheid. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; inzage in het medische dossier wordt niet toegestaan wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor wilsonbekwaamheid.