ECLI:NL:HR:2001:AB1201
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Toegang tot medische dossiers na overlijden erflater en geheimhoudingsplicht
De zaak betreft een geschil over de toegang tot medische dossiers van een overleden erflater, die in een somatisch verpleeghuis verbleef en in 1994 een testament opstelde. De eiser, broer van de erflater, vorderde inzage in de medische dossiers om de wilsbekwaamheid van de erflater bij het opmaken van het testament te onderzoeken.
De Stichting, beheerder van het verpleeghuis, verweerde zich met een beroep op de wettelijke geheimhoudingsplicht. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering af, waarbij het hof oordeelde dat de geheimhoudingsplicht slechts doorbroken kan worden bij zwaarwegende aanwijzingen dat de erflater niet in staat was zijn wil te bepalen en dat het medisch dossier opheldering kan geven die op geen andere wijze verkregen kan worden.
De Hoge Raad bevestigde dit criterium en verwierp het cassatieberoep van de eiser. Het hof had terecht geoordeeld dat ondanks communicatieproblemen de erflater voldoende wilsbekwaam was bij het verlijden van het testament. Het oordeel van het hof berustte op een zorgvuldige waardering van de feiten, waaronder verklaringen van de notaris en medische adviezen.
De Hoge Raad veroordeelde de eiser in de kosten van het cassatiegeding en bevestigde daarmee de bescherming van de privacy en geheimhouding van medische gegevens, ook na overlijden, tenzij zwaarwegende redenen tot inbreuk bestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de geheimhoudingsplicht van medische dossiers wordt bevestigd.