ECLI:NL:PHR:2001:AB1057
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijswaarde partijgetuige en anticipatie op wetswijziging bewijsrecht
In deze zaak staat centraal of de beperking van de bewijskracht van partijgetuigenverklaringen zoals neergelegd in art. 213 lid 1 Rv Pro in strijd is met het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro). Eisers vorderen betaling wegens wanprestatie bij de verkoop van een woning, waarbij discussie bestaat over het tot stand komen van een koopovereenkomst en de bewijskracht van verklaringen van partijgetuigen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de verklaringen van eiser als partijgetuige slechts beperkte bewijskracht toekomen, omdat aanvullende bewijsstukken ontbreken. Dit is conform art. 213 lid 1 Rv Pro. Het hof verwierp de stelling dat verweerster het bod van eiser had aanvaard en dat makelaar Spindler daartoe volmacht had.
Het cassatiemiddel klaagt dat deze beperking leidt tot een ongelijke procespositie en strijdig is met art. 6 EVRM Pro. De Hoge Raad bevestigt dat het hof zijn bewijswaardering naar behoren heeft toegepast en dat de beperking van art. 213 lid 1 Rv Pro niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces. Tevens wordt geoordeeld dat anticipatie op toekomstige wetswijzigingen die art. 213 lid 1 Rv Pro afschaffen, niet is toegestaan omdat deze wetswijziging een breuk met het bestaande recht vormt.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen en dat de verklaring van de partijgetuige zonder aanvullend bewijs onvoldoende is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de beperkte bewijskracht van partijgetuigenverklaringen blijft gehandhaafd en er is geen koopovereenkomst gesloten.