ECLI:NL:PHR:2001:AB1005
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over onderzoeksplicht inspecteur bij navordering zelfstandigenaftrek
Belanghebbende, een ondernemer met een administratiekantoor, gaf in zijn aangifte inkomstenbelasting 1994 een winst uit onderneming op en claimde zelfstandigenaftrek. De inspecteur legde later een navorderingsaanslag op waarbij autokosten werden verminderd en de zelfstandigenaftrek werd teruggenomen wegens niet voldoen aan het urencriterium.
Het Hof ’s-Gravenhage oordeelde dat de inspecteur een ambtelijk verzuim had gepleegd door niet eerder nadere gegevens op te vragen, waardoor navordering werd uitgesloten. De inspecteur had volgens het Hof de aangifte moeten controleren op specificaties zoals het aantal gereden kilometers en het aantal gewerkte uren.
De Hoge Raad stelt dat de inspecteur in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de aangifte en alleen een onderzoeksplicht heeft indien hij bij normale zorgvuldigheid aan de juistheid van gegevens mag twijfelen. Het Hof heeft een te vergaande onderzoeksplicht aangenomen, wat onwenselijk is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander Hof. Wel bevestigt de Hoge Raad dat de inspecteur bij redelijke twijfel over het urencriterium nadere vragen had moeten stellen, waardoor het middel van de staatssecretaris deels faalt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug, bevestigt de onderzoeksplicht van de inspecteur bij twijfel over het urencriterium.