ECLI:NL:PHR:2001:AB0802
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van eiser wegens overschrijding appèlgrens in civiele procedure
In deze civiele zaak heeft verweerster eiser gedagvaard en betaling gevorderd van een hoofdsom en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast is een gebod op straffe van dwangsom gevorderd, welke vordering door de rechtbank is gescheiden behandeld.
Eiser heeft in reconventie een tegenvordering ingesteld van f 5000, gepresenteerd als een voorwaardelijke reconventie, maar zonder duidelijke voorwaarde in het petitum of in de repliek. De kantonrechter heeft de vordering in conventie deels toegewezen en de reconventievordering afgewezen.
In cassatie richt eiser klachten tegen beide beslissingen. De Hoge Raad oordeelt echter dat eiser niet-ontvankelijk is in cassatie omdat de som van de vorderingen in conventie en reconventie de appèlgrens overschrijdt zoals bedoeld in artikel 38 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hierdoor kan het cassatieberoep niet worden ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens overschrijding van de appèlgrens.