ECLI:NL:HR:2001:AB0802
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in civiele vordering wegens hoger beroep mogelijk
In deze civiele zaak heeft verweerster eiser gedagvaard voor de Kantonrechter met meerdere vorderingen, waaronder schadevergoeding en een gebod tot staking van hinderlijk gedrag. De Kantonrechter wees een deel van de vorderingen toe en wees andere af, waarbij het gebodsverzoek werd doorverwezen naar de Rechtbank Breda. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van de Kantonrechter.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Gezien de wettelijke bepalingen, met name artikel 38 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en artikel 253 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, had eiser hoger beroep kunnen instellen tegen het vonnis van de Kantonrechter bij de Rechtbank Breda. Hierdoor was het cassatieberoep niet ontvankelijk.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van verweerster nihil werden begroot. Dit arrest werd uitgesproken op 30 maart 2001 door de raadsheren Jansen, Fleers, de Savornin Lohman en Heemskerk.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens de mogelijkheid tot hoger beroep.