ECLI:NL:PHR:2001:AB0496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid gemeente tot verbod op jetski's op strand in APV Noordwijk
In deze zaak is de vraag aan de orde of artikel 2.8.1 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente Noordwijk, dat het gebruik van motorvaartuigen op het strand verbiedt, waaronder jetski's, rechtsgeldig is vastgesteld. Verzoeker werd veroordeeld voor overtreding van dit artikel en stelde cassatie in met het argument dat de bepaling onverbindend is omdat de gemeente niet bevoegd zou zijn om regels te stellen over een onderwerp dat door de Scheepvaartverkeerswet wordt geregeld.
De Hoge Raad overweegt dat de Scheepvaartverkeerswet betrekking heeft op het scheepvaartverkeer op binnenwateren en de territoriale zee, maar niet op het strand zelf. Artikel 2.8.1 APV heeft alleen betrekking op het strand en houdt op zodra de zee is gekozen. Daarnaast staat artikel 42 van Pro de Scheepvaartverkeerswet gemeenten toe aanvullende regels te stellen voor de strook van 1 km vanaf de kust, ook ter bevordering van de veiligheid en regeling van recreatie aan zee.
De Hoge Raad verwerpt het verweer dat alleen het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd is regels te stellen en oordeelt dat de gemeenteraad bevoegd is de APV vast te stellen. Ook het argument dat het verbod op jetski's een verboden onderscheid zou maken met andere motorvaartuigen wordt niet door de strafrechter beoordeeld maar behoort tot het bestuursrechtelijk domein.
Het middel van cassatie faalt in alle onderdelen en de Hoge Raad bevestigt de geldigheid van het verbod in artikel 2.8.1 APV Noordwijk. De veroordeling van verzoeker blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de geldigheid van het verbod op jetski's op het strand en verwerpt het cassatieberoep.