ECLI:NL:PHR:2001:AB0074
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor zware mishandeling ondanks tegenstrijdige verklaringen
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens zware mishandeling van het slachtoffer. Het slachtoffer had een scheur in de linker leverkwab opgelopen tijdens een bezoek aan het bedrijf van verdachte in juli 1995. Verdachte verklaarde dat het slachtoffer was gevallen van een draaitrap, terwijl het slachtoffer en haar moeder verklaarden dat zij was mishandeld.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vermeende tegenstrijdigheid tussen de verklaringen van verdachte en het slachtoffer, en op de onvoldoende motivering van de bewezenverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat de schijnbare tegenstrijdigheid voortkwam uit een ongelukkige formulering en dat de verklaringen in samenhang gelezen moeten worden, waardoor geen sprake was van tegenstrijdigheid.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de namen van enkele getuigen in het arrest waren weggelaten door een kennelijke misslag, maar dat dit het vonnis niet aantastte. Ten slotte werd geoordeeld dat de overschrijding van de inzendtermijn van stukken in cassatie werd gecompenseerd door een voortvarende behandeling, zodat geen schending van de redelijke termijn was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot één jaar gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens zware mishandeling.