ECLI:NL:PHR:2001:AA9772
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt machtiging voortgezet verblijf bij gevaarscriterium schizofrenie
De zaak betreft een verzoek tot machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van een vrouw met schizofrenie paranoïde type. De rechtbank verleende de machtiging voor zes maanden, omdat zij oordeelde dat ondanks stabiliteit het gevaar op psychotische decompensatie en daarmee samenhangende overlast en verstoring van familiebanden blijft bestaan.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank onbegrijpelijk had geoordeeld over het gevaar en dat zij bereid was vrijwillig te verblijven. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank voldoende concreet en begrijpelijk had gemotiveerd welk gevaar bestond, gebaseerd op actuele medische verklaringen en het feit dat het gevaarscriterium leidend is, niet het bestwilcriterium.
Ook de stelling dat betrokkene de nodige bereidheid tot vrijwillig verblijf had, werd verworpen omdat de rechtbank op grond van verklaringen mocht twijfelen aan de daadwerkelijke bereidheid gezien voortekenen van psychose en afwijzing van ambulante zorg.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de machtiging tot voortgezet verblijf. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het gevaarscriterium en de beoordelingsmarge van de rechtbank bij de noodzakelijke bereidheid tot behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf wordt bevestigd.