ECLI:NL:PHR:2000:AA7914
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over merkelijke schuld en causaal verband bij brand in verzekeringszaak
In deze zaak staat centraal of Amev Schadeverzekering NV terecht de uitkering kan weigeren op grond van merkelijke schuld van de verzekerde bij het ontstaan van een brand in haar bedrijfspand. De brand ontstond in een vuilcontainer nabij brandgevaarlijke materialen, waarna aanzienlijke schade ontstond. Amev stelde dat de verzekerde de brandvoorschriften van de hinderwetvergunning had overtreden en dat de brand mogelijk was aangestoken, waardoor zij zich op art. 294 WvK Pro kon beroepen.
De rechtbank benoemde een deskundige die concludeerde dat het niet vaststaat dat de brand door de overtredingen is veroorzaakt en dat brandstichting niet is aangetoond. Het hof bevestigde dat onvoldoende is komen vast te staan dat de brand door merkelijke schuld is ontstaan en verwierp het beroep van Amev op een feitelijk vermoeden van brandstichting. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de verzekeraar zich slechts kan onttrekken aan uitkering indien merkelijke schuld en causaal verband met de schade zijn vastgesteld.
De Hoge Raad wijst erop dat verzekeringen dekking bieden tegen toevallige gebeurtenissen en dat het niet aan de rechter is om een vermoeden van causaal verband te creëren zonder voldoende bewijs. De verzekeraar kan dit risico beperken via polisvoorwaarden, maar bij gebreke daarvan geldt de wettelijke regeling. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Amev en bevestigt dat de verzekerde recht heeft op schadevergoeding, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de brand door merkelijke schuld is veroorzaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Amev de schadevergoeding moet betalen omdat merkelijke schuld en causaal verband met de brand niet zijn aangetoond.